Valkuilen bij ontslagregelingen bestuur in aandeelhoudersovereenkomst

Valkuilen bij ontslagregelingen bestuur in aandeelhoudersovereenkomst

Vrijwel iedere aandeelhoudersovereenkomst bevat afspraken over het ontslag van bestuurders. Hoewel partijen contractsvrijheid hebben, zijn de mogelijkheden om bestuurders te ontslaan beperkt.

Op 13 januari 2015 heeft het Hof Amsterdam hier weer een belangrijke uitspraak over gedaan.

Strijd met dwingend recht

Het Hof oordeelde over een geschil bij een onderneming met vier aandeelhouders, die elk voor 25% van de aandelen hielden. Drie van de vier aandeelhouders waren ook statutair bestuurder. Volgens de aandeelhoudersovereenkomst kon de algemene vergadering slechts bij unaniem besluit een bestuurder ontslaan. Toch besloten op enig moment drie van de vier aandeelhouders een bestuurder te ontslaan. Zij beriepen zich daarbij op de dwingendrechtelijke van artikel 2:244 lid 2 BW (die bepaalt dat je altijd een bestuurder kunt ontslaan met twee derde van de stemmen). De vierde aandeelhouder maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit: dat zou in strijd zijn met de afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst. Volgens de andere drie aandeelhouders was het ontslag wel mogelijk omdat de statuten bepaalden dat twee derde meerderheid genoeg was. De vraag die aan de rechter werd voorgelegd: was het een rechtsgeldig aandeelhoudersbesluit?

Oordeel Voorzieningenrechter en Hof
Die vraag kwam eerst in kort geding terecht bij de voorzieningenrechter. Die oordeelde dat de drie aandeelhouders de ontslagen bestuurder niet hadden mogen ontslaan omdat dit volgens de aandeelhoudersovereenkomst met unanimiteit had moeten gebeuren.

Maar het Hof vernietigde die uitspraak. Het Hof oordeelde dat de ‘redelijkheid en billijkheid'(artikel 2:8 lid 2 BW) niet toelaten dat de ontslagen bestuurder nakoming van de afspraak uit de aandeelhoudersovereenkomst kon vorderen. Het Hof voegde eraan toe dat art 2:244 lid 2 BW er nu juist voor moet waken dat ontslag van een bestuurder te erg wordt belemmerd. Dat de ontslagen bestuurder het ontslag zou tegen houden op basis van de aandeelhoudersovereenkomst terwijl meer dan de helft van de aandeelhouders het ontslag verlangen, zou tegen het belang van de vennootschap indruisen.

Gevolgen voor de praktijk

Aandeelhouders die een BV oprichten of een nieuwe aandeelhoudersovereenkomst aangaan moeten zich ervan bewust zijn dat bepalingen over het ontslag van bestuurders niet altijd stand houden. Als onderlinge verhoudingen zijn verstoord zal dit over het algemeen het goed functioneren van het bestuur in de weg staan en daarmee het belang van de vennootschap schaden. Voor een verstoorde relatie was volgens het Hof het voldoende dat er al een aantal jaar een verstoring in de relatie tussen bestuurders bestond en deze nog steeds niet was opgelost. Het belang van de bestuurder om haar positie te behouden moet volgens het Hof wijken voor het belang van de vennootschap. Bij opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten dien je dus naar andere manieren te zoeken om de positie van een bestuurder te beschermen. Bijvoorbeeld: verschillende soorten aandelen uitgeven, en per soort het recht toekennen om een bestuurder te benoemen (en te ontslaan). Als de vierde aandeelhouder een eigen soort aandelen had gehad, was zijn afspraak wel bindend geweest.

Advocaat contractenrechtDoor: Advocaat contractenrecht Philo van Lenning

Deel dit: Share on Facebook Share on Google+ Tweet about this on Twitter Share on LinkedIn

© 2017 De Roos Advocatuur. All rights reserved.